B Problemen oplossen en routineonderhoud

Problemen oplossen

Als u denkt dat er een probleem is met uw machine, kijk dan in onderstaande tabel en volg de tips voor het oplossen van problemen.
De meeste problemen kunt u zelf eenvoudig oplossen. Indien u extra hulp nodig hebt, biedt het Brother Solutions Center u de meest recente veelgestelde vragen en tips voor het oplossen van problemen aan. Ga naar http://solutions.brother.com.

Als u problemen met uw machine hebt

Afdrukken
Probleem
Suggesties
Geen print
Controleer de interfacekabel of draadloze verbinding (alleen MFC-845CW) tussen de machine en uw computer. (Zie de Installatiehandleiding.)
Controleer of de stekker van de machine in het stopcontact zit en de machine niet in energiebesparende stand staat.
Eén of meer inktcartridges zijn leeg. (Zie De Inktcartridges vervangen.)
Controleer of het LCD-scherm een foutmelding weergeeft. (Zie Foutmeldingen.)
Controleer of de correcte printerdriver is geïnstalleerd en geselecteerd.
Controleer of de machine online is. Klik op Start en vervolgens op Printers en faxapparaten. Klik met de rechtermuisknop en selecteer Brother MFC-XXXX (waarbij XXXX uw modelnaam is), en controleer of Printer offline gebruiken niet is aangevinkt.
Slechte afdrukkwaliteit
Controleer de afdrukkwaliteit. (Zie De afdrukkwaliteit controleren.)
Zorg dat de instellingen voor het soort papier in de printerdriver of het type papier in het menu overeenkomen met het door u gebruikte type papier. (Zie Afdrukken voor Windows® of Afdrukken en faxen voor Macintosh® in de softwarehandleiding op de CD-ROM.)
Controleer de verloopdatum van uw inktcartridges. De inkt zou kunnen klonteren ten gevolge van:
• 
De uiterste gebruiksdatum die op de cartridge staat, is verstreken. (Cartridges kunnen tot max. 2 jaar gebruikt worden, als zij in hun originele verpakking bewaard worden.)
• 
De inktcartridge bevond zich al meer dan zes maanden in uw machine.
• 
Het kan ook zijn dat de inktcartridge vóór gebruik niet goed opgeslagen was.
Probeer het aanbevolen type papier te gebruiken. (Zie Acceptabel papier en andere media.)
De aanbevolen omgevingstemperatuur voor uw machine ligt tussen 20° C en 33° C.
Witte horizontale lijnen in tekst of grafische afbeeldingen.
Reinig de printkop (Zie De printkop reinigen.)
Probeer het aanbevolen type papier te gebruiken. (Zie Acceptabel papier en andere media.)
Als u wilt afdrukken op Foto L of 10×15 cm papier, gebruik dan zeker de fotopapierlade. (Zie Fotopapier laden.)
De machine print blanco pagina's.
Reinig de printkop (Zie De printkop reinigen.)
Tekens en regels overlappen elkaar.
De uitlijning controleren. (Zie De uitlijning controleren.)
Afgedrukte tekst of afbeeldingen staan scheef.
Zorg ervoor dat het papier correct in de papierlade geplaatst is en dat de papiergeleiders aan de zijkant goed staan afgesteld. (Zie Papier en andere media laden.)
Controleer of de klep verwijdering vastgelopen papier goed is geïnstalleerd.
Er staat een vlek in het midden bovenaan de afgedrukte pagina.
Controleer of het papier niet te dik is en niet krult. (Zie Acceptabel papier en andere media.)
Op de afdruk staan vlekken of het lijkt of de inkt vlekt.
Zorg dat u het aanbevolen type papier gebruikt. (Zie Acceptabel papier en andere media.) Raak het papier pas aan als de inkt droog is.
Er staan vlekken aan de achterkant of onderaan de pagina.
Controleer of er geen inkt op de geleiderol zit. (Zie De machinegeleiderol reinigen.)
Wees er zeker van dat u de papiersteunklep gebruikt. (Zie Papier en andere media laden.)
De machine drukt dichte lijnen af op de pagina.
Vink Omgekeerde volgorde aan op het tabblad Normaal van de printerdriver.
De afdrukken zijn gekreukeld.
In het tabblad Normaal van de printerdriver, klikken op Instellingen en Printkop heen en weer deselecteren.
Kan ‘2 op 1 of 4 op 1’-afdrukken niet uitvoeren.
Controleer of de instellingen voor het papierformaat in de toepassing en in de printerdriver hetzelfde zijn.
Printsnelheid is te laag.
Probeer de instelling van de printerdriver te wijzigen. De hoogste resolutie heeft meer tijd nodig om de gegevens te verwerken, te verzenden en te printen. Probeer de andere kwaliteitsinstellingen in het tabblad Normaal van de printerdriver. Klik ook op Instellingen en vergeet niet Kleur verbetering te deselecteren.
Zet de optie Zonder marges uit. Printen zonder marges is langzamer dan normaal printen. (Zie Afdrukken voor Windows® of Afdrukken en faxen voor Macintosh® in de softwarehandleiding op de CD-ROM.)
Kleurverbetering werkt niet goed.
Als de beeldgegevens in uw toepassing niet in kleurendruk zijn (zoals 256 kleuren), dan werkt Kleurverbetering niet. Gebruik voor de functie Kleurverbetering tenminste 24-bits kleur gegevens.
De machine voert meerdere pagina's in.
Zorg dat het papier op de juiste wijze in de papierlade is geplaatst. (Zie Papier en andere media laden.)
Controleer of er nooit meer dan twee papiersoorten tegelijk in de papierlade zijn geplaatst.
De afgedrukte pagina’s zijn niet juist afgelegd.
Wees er zeker van dat u de papiersteunklep gebruikt. (Zie Papier en andere media laden.)
Afgedrukte pagina’s worden opnieuw ingevoerd en veroorzaken het vastlopen van papier.
Trek de papiersteun uit tot u de klik hoort.
De machine print niet vanuit Paint Brush.
Probeer het Beeldscherm in te stellen op ‘256 kleuren’.
De machine print niet vanuit Adobe Illustrator.
Probeer de printresolutie te verlagen. (Zie Afdrukken voor Windows® of Afdrukken en faxen voor Macintosh® in de softwarehandleiding op de CD-ROM.)
De machine kan geen volledige pagina's van een document afdrukken.
Het bericht Geheugen vol wordt weergegeven.
Verlaag de printresolutie. (Zie Afdrukken voor Windows® of Afdrukken en faxen voor Macintosh® in de softwarehandleiding op de CD-ROM.)
Maak uw document minder complex en probeer opnieuw. Verlaag de grafische kwaliteit of verminder het aantal lettertypen in uw toepassing.
Printen Ontvangen Faxen
Probleem
Suggesties
Tekst staat te dicht op elkaar en witte strepen op de pagina, of de boven- en onderkant van tekst ontbreekt.
Mogelijk was de verbinding slecht, met statische elektriciteit of interferentie op de telefoonlijn. Vraag de andere partij om de fax opnieuw te verzenden.
Verticale zwarte lijnen bij ontvangst.
De scanner van de verzender kan verontreinigd zijn. Vraag de verzender om een kopie te maken om te zien of het probleem bij de verzendende machine ligt. Probeer een fax van een andere faxmachine te ontvangen.
Ontvangen kleuren faxen worden alleen in zwart-wit geprint.
Vervang de kleuren cartridges die leeg of bijna leeg zijn, en vraag de andere partij vervolgens de kleuren fax opnieuw te verzenden. (Zie De Inktcartridges vervangen.) Kijk na of de geavanceerde functies uitgeschakeld zijn. (Zie De geavanceerde functies uitschakelen.)
De linker- en rechtermarges zijn afgesneden, of één enkele pagina is afgedrukt op twee pagina's.
Schakel Automatische Verkleining in. (Zie Een verkleinde afdruk van een inkomend document maken.)
Telefoonlijn of -verbindingen
Probleem
Suggesties
Kiezen functioneert niet. (Geen kiestoon)
Controleer of de stekker van de machine in het stopcontact zit en de machine niet in energiebesparende stand staat.
Controleer alle aangesloten snoeren.
Instelling voor Toon/Puls wijzigen. (Raadpleeg de Installatiehandleiding.)
Neem de hoorn van het externe toestel van de haak (of de hoorn van de machine of de draadloze telefoon, indien beschikbaar), en toets vervolgens het nummer in om handmatig een fax te versturen. Wacht tot u de faxontvangsttoon hoort en druk pas dan op Mono Start of Kleur Start.
De machine neemt niet op wanneer ze gebeld wordt.
Controleer of de machine in de juiste ontvangstmodus staat voor uw instelling. (Zie De ontvangstmodus kiezen.) Controleer of er een kiestoon hoorbaar is. Bel, indien mogelijk, uw machine om te horen wat er gebeurt. Neemt uw faxmachine niet op, controleer dan de aansluiting van het telefoonsnoer. Gaat de bel niet over wanneer u uw machine belt, vraag dan uw telefoonbedrijf om de lijn te controleren.
Faxen ontvangen
Probleem
Suggesties
Kan geen fax ontvangen.
Controleer alle aangesloten snoeren.
Controleer of de machine in de juiste ontvangstmodus staat voor uw instelling. (Zie Instellingen ontvangststand.)
Als u vaak last hebt van interferentie op de telefoonlijn, kunt u proberen de menu-instelling Compatibiliteit op Minimaal te zetten. (Zie Telefoonlijninterferentie.)
Als u uw machine aansluit op PBX of ISDN moet u de menu-instelling voor Type Telefoonlijn aan uw telefoon aanpassen. (Zie Het Type telefoonlijn instellen.)
Faxen verzenden
Probleem
Suggesties
Kan geen fax versturen.
Controleer alle aangesloten snoeren.
Controleer of de toets Fax Figuur oplicht. (Zie Faxmodus instellen.)
Vraag de andere partij te controleren of de ontvangende machine over papier beschikt.
Druk het Verzendingsrapport af en controleer of er fouten worden gemeld. (Zie Rapporten.)
In het verzendrapport staat ‘Result:ERROR’.
Er is waarschijnlijk een tijdelijke storing of ruis op de lijn. Probeer de fax opnieuw te verzenden. Als u een bericht via PC-FAX zendt en op het Verzendrapport wordt ‘Result:NG’ aangegeven, dan beschikt uw machine waarschijnlijk niet meer over geheugen. Maak meer geheugen beschikbaar door de geavanceerde functies uit te schakelen (zie De geavanceerde functies uitschakelen), door faxen die in het geheugen zijn opgeslagen af te drukken (zie Een fax uit het geheugen afdrukken) of door uitgestelde faxen of pollingtaken te annuleren (zie Een actieve fax annuleren of Het controleren en annuleren van taken in de wachtrij). Als het probleem nog niet is verholpen, vraag dan het telefoonbedrijf om uw telefoonlijn te controleren.
Als u vaak foutmeldingen ontvangt door eventuele storing op de telefoonlijn, kunt u proberen de instelling in het menu Compatibiliteit op Minimaal te zetten. (Zie Telefoonlijninterferentie.)
Als u uw machine aansluit op PBX of ISDN moet u de menu-instelling voor Type Telefoonlijn aan uw telefoon aanpassen. (Zie Het Type telefoonlijn instellen.)
Slechte verzendkwaliteit faxen.
Probeer de resolutie te wijzigen in Fijn of Superfijn. Maak een kopie om te controleren of de scanner van uw machine goed werkt. Wanneer de kwaliteit van de kopie niet goed is, dient u de scanner te reinigen. (Zie De scanner reinigen.)
Verticale zwarte lijnen bij het verzenden.
Als de kopie die u hebt gemaakt hetzelfde probleem vertoont, reinig dan de scanner. (Zie De scanner reinigen.)
Inkomende telefoontjes behandelen
Probleem
Suggesties
De machine registreert een spraakverbinding als faxtonen.
Als de functie Fax waarnemen op Aan staat, is uw machine gevoeliger voor geluiden. Uw machine heeft misschien per ongeluk stemmen of muziek op de lijn geïnterpreteerd als faxtonen en reageert dan met faxontvangsttonen. Deactiveer de machine door op Stop/Eindigen te drukken. Probeer dit probleem te vermijden door de functie Fax waarnemen uit te schakelen. (Zie Fax waarnemen.)
Een faxoproep naar de machine overzetten.
Als u vanaf een extern of tweede toestel hebt opgenomen, moet u de faxontvangstcode intoetsen (de fabrieksinstelling is (Bsymbol.tone 5 1). Hang op zodra uw machine opneemt.
Speciale functies op een enkele lijn.
Als u wisselgesprekken en/of nummerweergave, of een alarmsysteem of andere speciale diensten op een enkele telefoonlijn gebruikt, kan dit problemen opleveren bij het versturen of ontvangen van faxen.
Bijvoorbeeld:Als u zich abonneert op wisselgesprekken of bepaalde andere speciale diensten, en het signaal hiervan op de lijn binnenkomt terwijl uw machine een fax verzendt of ontvangt, kan dit signaal de faxen tijdelijk onderbreken of verstoren. De ECM-functie van Brother kan helpen om dit probleem te verhelpen. Deze situatie heeft betrekking op de industrie van telefoonsystemen, en komt veel voor bij apparaten die informatie verzenden en ontvangen over een lijn waarop ook speciale functies worden gebruikt. Als het voor uw bedrijf van essentieel belang is dat ook de kleinste onderbrekingen worden voorkomen, wordt een afzonderlijke telefoonlijn zonder speciale functies aanbevolen.
Problemen met kopiëren
Probleem
Suggesties
Kan geen kopie maken.
Controleer of de toets Kopie Figuur oplicht. (Zie Kopieermodus instellen.)
Verticale strepen op kopieën.
Als u verticale strepen op de kopieën ziet, de scanner reinigen. (Zie De scanner reinigen.)
Slechte kopieerresultaten bij gebruik van de ADF.
Probeer de glasplaat te gebruiken. (Zie De glasplaat gebruiken.)
Problemen met het scannen
Probleem
Suggesties
Tijdens het scannen verschijnen er TWAIN/WIA-fouten.
Zorg dat de Brother TWAIN/WIA-driver als primaire bron werd geselecteerd. In PaperPort® SE met OCR, klikt u op bestandsmenu, scannen en selecteert u de Brother TWAIN/WIA-driver.
Slechte scanresultaten bij gebruik van de ADF.
Probeer de glasplaat te gebruiken. (Zie De glasplaat gebruiken.)
Problemen met software
Probleem
Suggesties
Onmogelijk software te installeren of te printen.
Het programma Repair MFL-Pro Suite op de CD-ROM uitvoeren. Dit programma repareert en herinstalleert de software.
‘Apparaat Bezet’
Controleer of er op het LCD-scherm van de machine geen foutmelding staat.
Problemen met PhotoCapture Center™
Probleem
Suggesties
Verwisselbare schijf werkt niet naar behoren.
1.
Hebt u de update voor Windows® 2000 geïnstalleerd? Als u dat niet hebt gedaan, doet u het volgende:
1)
Koppel de USB-kabel los.
2)
Installeer de update voor Windows® 2000, en raadpleeg de installatiehandleiding. Nadat de installatie is voltooid, wordt de PC automatisch opnieuw gestart.
3)
Wacht ongeveer 1 minuut nadat de PC opnieuw is gestart en sluit daarna de USB-kabel aan.
2.
Verwijder de mediakaart en plaats deze weer terug.
3.
Als u ‘Uitwerpen’ hebt geprobeerd vanuit Windows®, moet u de mediakaart verwijderen alvorens u verdergaat.
4.
Als er een foutmelding wordt weergegeven wanneer u de mediakaart probeert uit te werpen, betekent dit dat de kaart gebruikt werd. Wacht even en probeer opnieuw.
5.
Als niets van het bovenstaande werkt, uw PC en machine uitzetten en vervolgens opnieuw aanzetten. (U moet de stekker van de machine uit het stopcontact halen om de machine uit te zetten.)
Geen toegang tot Verwisselbare schijf vanuit pictogram Desktop.
Controleer of u de mediakaart in de sleuf hebt geplaatst.
Problemen met het netwerk
Probleem
Suggesties
Afdrukken via het netwerk onmogelijk.
Controleer of uw machine aanstaat, online is en klaar om af te drukken. Druk de netwerkconfiguratielijst af (zie Rapporten) en controleer de huidige netwerkinstellingen die in deze lijst worden afgedrukt. Sluit de LAN-kabel weer aan op de hub om te controleren of de kabels en de netwerkaansluitingen in orde zijn. Probeer, indien mogelijk, de machine aan te sluiten op een andere poort van uw hub en gebruik een andere kabel. Als de aansluitingen goed zijn, toont de machine twee seconden lang LAN Actief. (Als u een draadloze verbinding gebruikt (alleen MFC-845CW) of netwerkproblemen hebt, raadpleeg dan de netwerkhandleiding op de CD-ROM voor meer informatie.)
De functie netwerkscannen werkt niet.
(Alleen bij gebruik van Windows®) De instelling van de Firewall op uw PC kan de noodzakelijke netwerkverbinding afwijzen. Volg onderstaande instructies om de firewall te configureren. Als u een persoonlijke Firewall-software gebruikt, raadpleeg dan de gebruikershandleiding voor uw software of neem contact op met de softwareproducent.
<Bij gebruik van Windows® XP SP2>
1.
Klik op de Start-knop, Bedieningspaneel en vervolgens op Windows Firewall. Zorg ervoor dat Windows Firewall in het tabblad Algemeen op Aan staat.
2.
Klik op het tabblad Geavanceerd en de knop Instellingen in Instellingen van netwerk verbinding.
3.
Klik op de knop Voeg toe, en voer een willekeurige naam in in het veld "Serviceomschrijving". Voer "localhost" in, in het veld "Naam of IP-adres". Voer "54925" in voor netwerkscannen in de interne en externe velden voor poortnummers. Selecteer UDP en klik op OK. Herhaal deze stap door toevoeging van Poort 54926 voor network PC-Fax Ontvangen en Poort 137 voor Windows®.
4.
Zorg ervoor dat de nieuwe instellingen worden toegevoegd en dat het vakje is aangevinkt, en klik vervolgens op OK.
De functie PC-Fax Ontvangen via netwerk werkt niet.
Uw computer kan de machine niet vinden.
<Windows® gebruikers>
De instelling van de Firewall op uw PC kan de noodzakelijke netwerkverbinding afwijzen. Zie bovenstaande instructies voor meer informatie.
<Macintosh® gebruikers>
Selecteer opnieuw uw machine in de applicatie DeviceSelector in Macintosh HD/Library/Printers/Brother/Hulpprogramma's of vanuit het model van ControlCenter2.